Geschiedenis

Het ontstaan van de Bearded Collie

Er bestaat geen zekerheid over de herkomst van de Bearded Collie, maar het meest genoemd wordt een document uit 1514, dat vermeldt dat een schip vanuit Polen die in Schotland schapen kwamen halen, honden op het schip had die het drijven van de aan te kopen schapen zo goed deden dat een van de Schotse schapenboeren zijn schapen ruilde tegen 3 honden: een reu en twee teefjes.

Door kruisingen met de honden aldaar zou dan het ras ontstaan zijn waar de Bearded Collie van afstamt.

Er zijn helaas nauwelijks afbeeldingen te vinden van de Bearded Collie uit vroeger tijden.

Het ras was in de 18 en 19e eeuw nog niet echt bekend. Wel noemde Toepoel de Bearded Collie in 1937 de Bearded Collie “de Schotse neef van de Bobtail”.

Pas na de 2e Wereldoorlog kwam het ras, zoals we het nu kennen, tot stand met in 1949 de inschrijving in het Engelse stamboek. En dat nog wel door toeval: Mrs G.O. Willison bestelde in 1944 een Sheltie en kreeg toen een andersoortig hondje, een chocoladebruin ‘wolbaaltje’. Zij behield dit hondje en hoorde later dat het een Bearded Collie was. Dit hondje kreeg later bekendheid door de Vetzyme verpakking, Jeannie of Bothkennar. Met Jeannie werd uiteindelijk de basis gelegd voor de Bearded Collie.

In 1956 kwam de eerste Bearded Collie, een teef, naar Nederland. Mw. Van Krevelen was de eigenaresse. Ze had in eerste instantie een teef van Mrs Willison van de Bothkennar-kennel gewild, maar die wilde haar honden voor de fok in Engeland behouden.

Daarop kwam zij terecht bij Mrs Moorhouse, waar zij uit het nest geboren op 11 oktober een teefje uitzocht, Lonecharm of Willowmead, roepnaam Charm.

Om er op Nederlandse bodem mee te fokken was uiteraard een reu nodig. Dat werd de op 30 juli 1957 geboren Windmill Hill Wayfarer, roepnaam Bobob, van de fokker Captain Clifford Owen. Deze reu werd eigendom van mevrouw Lensvelt.

Op 24 maart kwam uit deze verbintenis het eerste Nederlandse Bearded Collie nest, met de kennelnaam ‘of Dykes and Dunes’.

En zo begon de geschiedenis van de Nederlandse Bearded Collie, die er trouwens toen nog wat anders uitzag dan nu, met een dikke korte dubbele harde vacht en weinig hoofdbeharing.

Pas na de jaren zeventig van de 20e eeuw werd door o.a. import de Bearded Collie bekender. De hoge aaibaarheidsfactor, het vrolijke, uitbundige, lieve karakter zorgden ervoor dat het ras zich uitbreidde. Een aantal goede gerenommeerde fokkers in Nederland hebben daar aan bijgedragen.

Inmiddels is de Bearded Collie niet meer weg te denken uit de hondenwereld.

Op shows, bij behendigheid, gehoorzaamheid en schapendrijven doet de Bearded Collie het uitstekend. Maar ook ‘gewoon’ als huishond hebt u een geweldige hond aan de beardie, het koosnaampje van de Bearded Collie.